Mijn jeugd bracht ik door op verschillende plekken in het Vlaamse Land. Mijn ouders waren nogal ondernemend aangelegd en schrokken er niet voor terug om hun hele hebben en houden bij elkaar te nemen en ergens anders een nieuwe uitdaging - lees bejaardentehuis - aan te gaan.
Na enkele omzwervingen (lees Pulderbos en Antwerpen) vonden ze hun eindbestemming in Boechout waar ze een kasteeltje kochten met behoorlijk wat land aan. Daar werd in de jaren 70 begonnen met de bouw van een nieuw rusthuis. Vermits er op de kleintjes (centjes) moest worden gelet, hebben wij de eerste fase voltooid met slechts één metser en voor de rest de hulp van alle welwillende familieleden.
Het runnen van een bejaardentehuis bracht heel wat met zich mee. Wij - de kinderen - kregen dan ook alle kansen om in de praktijk te leren wat de vergrijzing met zich mee bracht en hoe men bejaarden een menswaardige oude dag kon bezorgen.
Toen ik het nest verliet vloog ik richting Deurne. In de jaren 80 nog een prettige voorstad van Antwerpen met alle voordelen van dien. Een tramlijn bracht je op 20 minuutjes in de binnenstad en toch lag het ver genoeg in de rand om rustig te zijn. Echter, Deurne onderging het lot van zovele randgemeenten... het verloederde.
Mijn gezin en ik zochten dus een nieuwe thuis. Het moest ergens tussen Brussel en Antwerpen zijn, lieftst in het groen maar toch dicht genoeg bij de autosnelweg. Het werd Sint Katelijne Waver. In het centrum vonden we een huurhuis dat ons beviel en daar woonden we tot we ons eigen stulpje kochten in Onze Lievevrouw Waver. In een oud landhuis aan de Molenstraat vond ik, samen met mijn man Johan en onze kinderen Klaas, Sam en Heidi een thuis.
Reacties