Het was een lange, hete zomer en dan heb ik het niet alleen over de soms tropische temperaturen waar wij van mochten genieten. Na het initieel felle protest van de moslimgemeenschap tegen het hoofddoekenverbod in de athenea van Antwerpen en Hoboken, verwachtte iedereen dat we in september een opflakkering zouden zien. Of moslima's en moslimouders gehoor zouden geven aan de ongehoorde oproep van iman Nordin Taouil was de hoofdvraag, maar ook hoever men wilde gaan om zijn zin door te drijven.
Dat ze vasthoudend zijn is een feit. Burgemeester Patrick Janssens had hen een week de tijd gegeven. En die week hebben ze ten volle gebruikt voor openlijk protest, maar ook voor guerilla tactieken : protesterende geloofsgenoten kwamen op de speelplaats de namen noteren van de meisjes die WEL zonder hoofddoek naar school wilden, anderen begonnen te schelden op meisjes die hun hoofddoek afzetten bij het betreden van de school.
Na een week vond Janssens het welletjes en verbood acties voor de schoolpoorten, dit voornamelijk om die meisjes, die het tot nu toe te riskant hadden gevonden om naar school te gaan, de kans te geven om hun opleiding te volgen. Maar een groepje betogers stoorde zich niet aan dit verbod. Meer zelfs, een belangrijke Antwerpse iman eiste dat het hoofddoekenverbod zou worden opgeheven. U hoort het goed, eiste.
Voor iedereen die zijn grijze massa een klein beetje gebruikt is het al een tijdje duidelijk dat die hoofddoek nog weinig met geloof te maken heeft. Het is vooral een politiek drukmiddel geworden dat, door misbruik te maken van de godsdienstvrijheid, wordt opgelegd aan zowel moslims als niet-moslims. Wanneer katholieken zouden verplichten om in hun scholen een kruis rond de nek te dragen, zou het land te klein zijn. Er zouden betogingen georganiseerd worden van noord tot zuid en van oost tot west. Men zou "discriminatie" roepen en witte marsen organiseren. Men zou eisen van onze politici dat zij zulk een flagrante inbreuk op de godsdienstvrijheid onmiddellijk en permanent zou bestraffen en onmogelijk maken.
Maar wat zien we? Als het over moslims gaat, moeten we verdraagzaam zijn. Hoewel het overgrote deel van de moslims in België ongetwijfeld hard hun best doen om zich aan te passen en hun leven op de rails te krijgen en houden, is er een kleine groep die zich manifest verzet tegen onze waarden. Een betogende moslima verklaarde zonder schroom voor de camera's dat de hoofddoek hun manier was om zich af te zetten tegen onze westerse normen en waarden. Zij als moslima voelde zich verheven boven deze cultuur en maatschappij die in haar ogen minderwaardig en schatplichtig is aan de islam, maar die haar wel van alle comfort voorziet en die het haar mogelijk maakt om zich vrij te uiten, dingen die waar ze in hun thuisland zelfs niet kan van dromen!
En zij staat niet alleen in haar overtuiging. Ook de grote iman, Taouil, die eigenlijk de partijen moet verzoenen en er voor zorgen dat zijn schapen (in deze zin bijna letterlijk te nemen) onze leefregels respecteren, deelt haar mening. Hij riep dan ook openlijk op om meisjes thuis te houden en hen niet meer naar school sturen. Daarmee doodt hij natuurlijk twee vogels tegelijk : de meisjes, die het nu aandurven om een opleiding te volgen zodat ze in staat zijn zelfstandig te leven, worden opnieuw achter het fornuis en de kookpotten gezet en dom gehouden... en hij heeft een precedent geschapen dat naar de toekomst toe een vrijgeleide is om alles te krijgen wat hij wil, hij hoeft het alleen maar te eisen.
Wat mij vooral opvalt in heel dit debat is het feit dat men - uit angst om als racist bestempeld te worden - zaken door de vingers ziet die men van zijn eigen bevolking niet zou tolereren. Het gaat hier niet om dat hoofddoek of die moskee in sé, het gaat hier veel meer om het feit dat wij van moslims accepteren dat zij zich niet houden aan de regels, en dit alles in naam van een progressief en pluralistisch beleid.
Eigenlijk zou de geaardheid, religie, overtuiging of sexe van een persoon or organisatie totaal niet mogen meespelen in gelijk welke beslissing die de wetgevende, de inrichtende of de uitvoerende macht neemt. Voor moslims moeten dezelfde wetten gelden als voor niet-moslims. Niet meer maar ook niet minder. Godsdienst als argument mag niet meespelen, daar zorgt normaal onze grondwet voor. Maar meer en meer zien we dat in de omgang van onze overheid met de moslimbevolking in België, onze grondwet niet meer is dan een vodje papier dat door een duitse prins in 1830 ondertekend werd.