31 december, de laatste dag van het Jaar. Albert zit een beetje te dutten in zijn koninklijke zetel, terwijl de laatavondprogramma's al afgelopen zijn. Albert is moe. Hij heeft het afgelopen jaar hard gewerkt. Yves is een paar keer bij hem komen uithuilen omdat zijn vriendjes niet meer met hem wilden spelen. Paola ziet hem niet meer staan nu ze haar nieuw, wit autootje heeft.
Plots wordt er hard op de deur gebonkt. Een holle stem roept : Albeeeeert... doe open.
Albert schrikt wakker en voelt dat het ijskoud is geworden in de kamer. De deur wordt met geweld opengesmeten en in het deurgat staat de geest van Leopold 1, de eerste Koning Der Belgen.
"Albeeeert, wat hebt gij met mijn land gedaan?" Roept de oude geest uit.
Albert verschiet van kleur en stamelt : "Maar Polleke toch, het is toch niet mijn schuld dat de nazaten van Frère-Orban er een potje van maken."
Leopold schud zijn hoofd : "Albert, Albert. Ge zijt toch nog altijd Koning Der Belgen! Het wordt hoog tijd dat gij wat haar op uw tanden krijgt, dat ge die bende lamzakken daar in de Wetstraat eens laat voelen wie hier de lakens uitdeelt."
"Maar Polleke, dat heb ik toch gedaan? Ik heb Wilfried van tussen de pampers laten halen om voor mij ne keer uit te vissen wie er nog genoeg ballen aan zijn lijf heeft om ons uit dit wespennest te halen. Ik heb vanmorgen nog den Herman het Urbi et Orbi gegeven (Albert vereenzelvigt zich al met Ratzie, de eerste tekenen van Alzheimer duiken op in Laken)."
Leopold is niet overtuigd : "Sinds wanneer stuurt men oude generaals het slagveld op wanneer er nog genoeg jong kanonnenvlees is? Verwacht ge nu echt dat die pastoor er iets van ga bakken? De Walen komen ni overeen met de Vlamingen. In 't Noorden zijn ze rechts, in 't Zuiden zijn ze links. De Walen zijn tegen een staatshervorming want dan moeten ze zelf werken voor hunnen boterham. En de Vlamingen willen hun zuurverdiende centen niet meer delen met de Walen dus die eisen een staatshervorming. En dan Brussel-Halle-Vilvoorde... wanneer gaat da gezever daar nu eindelijk eens gedaan zijn? Ofwel is 't Vlaams en dan spreekt iedereen er vlaams. Ofwel is 't Waals en dan spreekt men er frans. Sinds wanneer hebben die opgeblazen barons daar meer te zeggen dan een Koning?"
Albert laat ontmoedigd zijn hoofd in zijn handen zakken. "Ach Polleke, ik ben een oude man, naar mij luistert toch niemand meer. Union maakt hier al lang geen Force meer. Ze doen ni anders dan ruzie maken. Ze willen niet meer samenwerken. Als ze bij mij op visite komen is 't altijd voor die stomme politiek. Weet ge dat ik liever met mijn oude botten in de Calabrische zon zou gaan liggen?"
Leopold legt een ijskoude hand op Albert's schouder. "Bertje, als ge der zo over denkt dan wordt het hoog tijd om Paola en uw koffers te pakken en te gaan rentenieren. Ik heb in de gazet gelezen dat uw dotatie weer verhoogd is dus ge kunt het u permitteren. En laat dat zootje ongeregeld hier zelf maar de patatten uit het vuur halen. Als gij het afbolt dan zullen ze ofwel overeen moeten komen, ofwel gaan ze maar uit elkaar. Dan is er geen gezever meer over transferts, over Franstalige burgemeesters in de Vlaamse rand. Dan moeten er geen oude koeien meer uit Disneyland gehaald worden. Dan kunnen de Walen blijven verder doen met hun clientalisme. En dan kunnen de noeste Vlamingen verderploegen op hun velden en al hun duiten zelf houden. En dan moet gij ni meer tegen wil en dank proberen om die onnozelaars bij elkaar te houden."
Albert fleurde op van die wijze woorden. Ja, hij zou zijn Paola en zijn koffers pakken (in die volgorde). Ja, hij zou gaan rentenieren... alle dagen met zijn blote bast in de zon liggen, pizza uit het vuistje eten, champagne drinken als hij daar goesting voor had. Laurent moet maar zien waar hij zijn hondjes gaat kweken. En voor Filip hebben ze misschien bij het Leger des Heils nog wel een plaatske vrij. Astridje was onderdak bij die Luxemburger dus daar moest hij zich ook al geen zorgen meer over maken. En voor de rest - "zjatten en taloren" - zo'n kasteel in de winter was toch veel te koud. Op naar het warme zuiden!
Een klop op de deur haalde hem uit zijn overpeinzingen. Hij keek op en zag dat Leopold verdwenen was. Maar wie klopte daar dan op de deur?
De deur ging open en een engel in doorschrijnend négligé kwam binnenzweven. Albert vreesde al dat hij in een Deckeriaans - oh pardon, Dickensiaans - sprookje terecht was gekomen maar toen zag hij dat die engel zijn eigen Paola was. Hij besefte dat het bezoek van Leopold een droom was. Jammer, hij had anders al direct zijn koffers willen gaan pakken en dat ging nu niet meer. Hij moest blijven om dit land - dat eigenlijk geen land meer is - te leiden. Maar Paola, die zou hij direct eens pakken!
Voor onze politici wens ik een dosis gezond verstand, een pakske politieke moed en ballen van staal om dit landje er weer bovenop te helpen!
SCHOL!
