Tot nu toe heb ik op deze blog mij nooit bezondigd aan copy-paste gedrag. Ik heb steeds mijn visie gegeven op een aantal feiten. Mijn visie op gedragingen, uitlatingen en acties.
Vandaag wil ik daar een uitzondering op maken. Ik wil hieronder graag het interview tonen dat Jean-Marie had met Het Laatste Nieuws. Omdat Jean-Marie het verdient. De afgelopen weken werd hij door de zogenaamde democratische partijen, die soms die naam niet waardig zijn, op de korrel genomen. Soms over futuliteiten, maar vaak over zaken waar hij de nagel op de kop sloeg : de Fortis commissie, de verkoop van gerechtshoven aan belastingsparadijzen, politiechefs die hun eigen benoeming regelen...
Dat daarbij steeds dezelfde naam komt bovendrijven is niet de schuld van Jean-Marie. Het is tenslotte zijn taak als parlementair om de regering te controleren. Dat die regering dat niet zo graag heeft, tot daar toe. Maar het is laag bij de grond en smerig om daarvoor op de pianist te schieten terwijl de componist geregeld een werk aflevert dat vol dissonanten zit.
Ik wil hier graag het interview plaatsen omdat het mij geraakt heeft. Het toont een menselijke Jean-Marie, een vader en grootvader, die bang is voor de toekomst van zijn kleinkinderen en daar iets wil aan veranderen. Een Jean-Marie die ondanks al de modder en shit die zijn tegenstanders naar hem gooien, blijft doorgaan. Het toont een vermoeide man die niet gegrijpt waarom hij nu juist kop van jut moet zijn.
Beschouw dit interview als een eerbetoon aan de man die Vlaanderen heeft geleerd dat gezond verstand nog altijd de beste manier is om iets te doen. Die de ballen had om aan de parlementaire boom te schudden. En die het vooral goed voorheeft met ons allemaal!
Dank U Jean-Marie!
(U kan het volledige interview ook lezen op onze nationale website : http://www.lijstdedecker.com )
"En toch heb ik gelijk" (Jean-Marie Dedecker over de verkoop van overheidsgebouwen)
Hij heeft in zijn leven menige storm doorstaan, zegt Jean-Marie
Dedecker, maar de orkaan die nu over hem heen raast? Nooit meegemaakt.
«Ik zou hier nooit meer aan beginnen» zegt hij in een interview in Het Laatste Nieuws. Maar nu hij toch bezig is...
Eigen schuld, dikke bult, geeft hij toe. Had hij maar geen
privédetective moeten loslaten op Karel De Gucht. Maar er was meer.
LDD'ers die elkaar onbekwaam en lui noemden. De opgestapte Dirk Vijnck
die de partij een bom geld en personeel dreigt te kosten. En als kers
op de taart: een boek dat Dedecker portretteert als louche zakenman en
agressieve buffel. Toppolitiek, quoi.
«Ik zou hier nooit meer aan beginnen», zucht hij.
Maar nu hij toch bezig is, wil hij op 7 juni de verkiezingen winnen en daarna de wereld veranderen.
Laten we beginnen met een multiple choice. Ziehier drie
woorden waarmee de krant De Morgen u deze week omschreef: A. beerboer;
B. pizzakots; C. schijthuis. In welk van de drie herkent u zich het
meest?
Dedecker: «Dit hou je toch niet voor mogelijk? Noem mij één andere
politicus met wie zo wordt afgerekend - zelfs Filip Dewinter is nooit
zo plastisch omschreven. Vanuit alle linkse kerken die mij rauw lusten,
is de ultieme afrekening ingezet, met 7 juni als einddatum. Keutels van
konijnen zijn het, maar voeg ze allemaal samen en wat je naar je hoofd
krijgt is een olifantenvla. Om in de sfeer te blijven: ga dus maar voor
C, voor Dedecker als schijthuis. Moet je dat boek zien dat over mij
verschijnt. Dat staat vol zogenaamde schandaaltjes, maar nooit is mij
er mij iets ten laste gelegd. 't Is één lange opsomming, maar het
belangrijkste staat er niet in: dat ik de dief ben van 'De
Rechtvaardige Rechters' en ook de reus van de Bende van Nijvel naar wie
ze al zo lang op zoek zijn. Uit een volgend schandaalboek zal blijken
dat ik bovendien het meesterbrein was achter de aanslagen van 9/11 in
New York. Ach, 't is te hilarisch voor woorden, maar het doet pijn. Ik
had al een dik vel, maar intussen is dat verhard tot een schild. En
toch priemen ze daar nog door, zij die mij kapot willen.»
Geef toe, u heeft hen de priem zelf aangereikt.
«Eigen schuld, dikke bult. Ik had vooraf moeten weten wat het woord
privédetective oproept: iemand die tussen je gordijnen gluurt om te
zien met wie je het doet en 's morgens komt voelen of de lakens nog
warm zijn. Vlamingen houden daar niet van. Had ik dezelfde opdracht
gegeven aan iemand met dezelfde specialisatie maar een andere titel op
zijn visitekaartje, pakweg een fiscalist, dan had geen haan hiernaar
gekraaid. Karel De Gucht heeft het slim gespeeld: 'Kijk eens wat die
boze Dedecker mij, mijn vrouwke en fiston heeft gelapt.' Terwijl zijn
privéleven mij niets kan schelen. Al wat er over hem en zijn gezin in
dat rapport staat, google je in vijf minuten bijeen. Daar is niets
geheims aan.»
Was het nodig om een detective in te schakelen om tot zulke waardeloze conclusies te komen?
«Neen, maar dat was ook de opdracht niet. Die detective moest nagaan
of Karel De Gucht deel uitmaakt van de vennootschap die het
gerechtsgebouw van Veurne heeft gekocht van de overheid en het nu aan
diezelfde overheid terugverhuurt voor 10 % van de aankoopprijs
gedurende 18 jaar - dat kan tellen, qua rendement. Ik wilde te weten
komen wie er schuilgaat achter die vennootschap van de familie Jaspers.
Helaas liep dat spoor dood in het buitenland. En toch heb ik gelijk.»
Op wie baseert u zich daarvoor?
«Op een rechter uit Veurne. Hij zegt mij dat Laurent Jaspers zelf
het verband met Karel De Gucht heeft bevestigd. 't Is voor mij geen
kwestie van gelijk hebben, maar van gelijk krijgen.»
Dat is het precies: u kan honderdmaal beweren dat u gelijk heeft, maar als u dat niet kan bewijzen, moet u toch uw mond houden?
«Ik geef toe: soms mis ik die laatste 5 of 10 % om mijn gelijk zwart
op wit te bewijzen. Soms ontbreekt de smoking gun. Maar moet dat je
verhinderen om je plicht te doen als Kamerlid? Hier word je uitgekotst
als je doet waarvoor je als parlementair wordt betaald: checken of het
geld van de belastingbetaler efficiënt en eerlijk wordt gebruikt door
de regering. Dat is toch de politieke ethiek op zijn kop?»
Moet u, nu u 16 % in de peilingen haalt, nog altijd als een
pitbull achter elk vermeend schandaal aan rennen, achter elke zweem van
belangenvermenging? Verwachten uw kiezers nu niet vooral een blijde
boodschap van u? 'Change' en 'Yes I can'?
«Ja, maar 't is toch niet omdat LDD goede perspectieven heeft dat ik
mijn ogen moet sluiten voor wat er fout loopt? Ik hoor alsmaar zeggen
dat Dedecker maar één ding wil: een auto met chauffeur en een A-plaat.
Maar ik héb al een chauffeur. Daarvoor hoef ik echt geen minister te
worden.»
'Hoe graag hij dat ook zou willen, we gunnen Dedecker geen cordon sanitaire', zegt De Gucht.
«Hij vergist zich. Ik wil geen cordon. Ik heb geen zin om eeuwig
langs de kant te staan brullen als een hooligan. Ik wil dat veld op.
Scoren. Dat kan alleen als je mee in de regering zit. Vanzelfsprekend
is dat niet. Het wordt boksen. Ik zit nu in de hoek waar de klappen
vallen, maar ik hang niet punch drunk in de touwen. Ik wacht op het
geschikte moment om terug te slaan. Of als ex-judoka: op dat tiende van
een seconde waarop je de aanval van je tegenstander kan overnemen om
hem zelf te vloeren. Dat moment komt nog, meneer De Gucht.»
U bent doodop. Slaapt u nog?
«Weinig en slecht. Ik werk 18 uren per dag. En als ik in bed lig,
pieker ik me suf. Dan vraag ik me af wat zo'n brave jongen als Dirk
Vijnck heeft bezield om over te stappen naar Open Vld? 't Is een
parlementaire autist. De enige keer dat hij in de Kamer zijn mond heeft
opengedaan, was bij zijn eedaflegging. We hebben hem dictielessen
gegeven, cameragewenning: allemaal geen avance.»
Fraai beeld schetst u van de kwaliteit van uw
parlementsleden. Daar zitten ook volgens uw eigen poulain Rob Van de
Velde een aantal onbekwamen en luieriken bij.
«Is dat niet inherent aan de opstart van élke nieuwe partij? Pas
straks, na 7 juni, krijg ik de kans om competente mensen naar het
parlement te sturen. In 2007, toen LDD voor het eerst opkwam en op 2 %
werd gepeild, was het zaak om de lijsten vol te krijgen. Dat was het
geval in Leuven. 'Wie 5.000 euro in de campagne steekt, mag hier de
lijst trekken', zei ik. Dirk Vijnck stak zijn vinger op: 'Ikke,
Jean-Marie.' Verkocht. Een paar uur voor het afsluiten van de lijsten
ben ik nog naar Bree gevlamd om de schoonmoeder van een kandidaat te
overtuigen, want in Limburg kwamen we een vrouw tekort. Zo ging dat
toen. LDD is gestart als een kruidenierszaak: 'Chez Jean-Marie'. Nu
leid ik een kmo. En eerlijk: was het te herdoen, ik zou er nooit meer
aan beginnen. Dit sloopt je, fysiek maar vooral menselijk.»
't Is vreemd: u klinkt behoorlijk down, terwijl u volgens de peilingen op weg bent naar een historische overwinning.
«Misschien wel. Maar af en toe, als het applaus is uitgestorven,
denk ik: 'Beste vriend, je bent 57 en je hart slibt dicht, maar toch
pleeg je roofbouw op jezelf. Je hebt een droom van een kleinkind, maar
's morgens word je wakker met de deprimerende vraag: van waar zouden ze
vandaag komen, de kogels?' Vrolijker word je daar niet van. Maar bon,
ik kan niet meer terug. En wie weet krijg ik straks een unieke kans om
echt iets te veranderen. Niet voor mezelf, maar voor de generatie van
mijn kinderen en mijn kleinkind - mijn hiernamaals noem ik hen.»
U wordt met Pim Fortuyn vergeleken. Griezelig vooruitzicht.
«Ik weet welke risico's ik neem als ik tegen heilige huisjes schop:
de klassieke partijen en hun zuilen, het koningshuis, de haute finance.
Ik krijg geen dreigtelefoons, maar wel mensen aan de lijn die zeggen:
'Meneer Dedecker, u baart ons zorgen.' De enige die mij niets kwalijk
neemt, is prins Laurent. 'Meneer Dedecker,' zei hij, 'u zit voortdurend
op mijn kap, maar u bent een fenomeen. Ik zie in u een nieuwe Jean-Luc
Dehaene.' Wellicht had hij het over mijn omvang.»
Wat heeft u toch tegen Karel De Gucht?
«Niets. Ik vind hem een uitstekende minister van Buitenlandse Zaken.
Maar de man heeft sinds dag één een viscerale afkeer van me. Toen hij
VLD-voorzitter was, riep hij me eens naar zijn kantoor. Toen ik
binnenkwam, zei hij niets. Hij keek niet eens op van zijn signataire.
En dat ging zo maar door, tien minuten in volstrekte stilte. Alsof ik
niet bestond. De Gucht vindt mij een straatvechter. Klootjesvolk. En
daar houdt hij niet van. Hij minacht mij.»
U koketteert daar graag mee, met dat imago van volksjongen,
maar op uw manier bent u natuurlijk even 'established' als De Gucht. U
kan toch niet eeuwig de underdog spelen?
«En toch zal ik nooit veranderen, ook niet mocht ik op 8 juni aan de
onderhandelingstafel plaatsnemen. Ik blijf partijvoorzitter, maar zeer
waarschijnlijk word ik geen minister. Daar heb ik andere bekwame mensen
voor. Mocht het mij gevraagd worden, dan zal ik niet meteen ja zeggen.»
Ze moeten lang genoeg aandringen, zoals bij Herman Van Rompuy?
«Daarover gaat het niet. Minister worden is niet mijn natte droom.
Mij gaat het om wat ik met LDD kan veranderen: zorgen dat Vlamingen die
hard werken en geen vlieg kwaad doen daarvoor beloond worden in plaats
van bestraft en gepest. Maar daarvoor moeten we incontournable zijn.»
Hoeveel procent is daarvoor nodig?
«Dat weet ik niet. Ik hou er evenveel rekening mee dat we de
kiesdrempel niet halen als dat we de grootste partij worden. Het zou
alvast helpen mochten we groter zijn dan de socialisten. Maar er zijn
er nog die met CD&V en Open Vld in een regering willen: de N-VA.
Geert Bourgeois is regeringsgeil als nooit tevoren.»
Het gerucht wil dat LDD en N-VA zich bij onderhandelingen zouden aanbieden als een totaalpakket: samen erin of samen eruit.
«Ik kan dat gerucht niet bevestigen, maar er zit wel iets in die
analyse: als Bart De Wever en ik als kleinere partijen echt
incontournable willen zijn, moeten we steun zoeken bij elkaar. Als je
in Vlaanderen iets wil zien veranderen, moeten zowel de partij van Bart
als de mijne in die nieuwe regering zetelen.»
De titel van het boek dat Raf Sauviller over u schreef, luidt 'De buffel'. Snuiven, trappelen, aanvallen: herkent u zich daarin?
«Neen. De brulboei, de bullebak, de buffel: mensen die me kennen,
lachen daarmee. Telkens weer betaal ik de prijs voor dezelfde
voorvallen uit mijn verleden. Let wel: ik ontken die niet. Ik héb
zwarte vlekken op mijn ziel. Maar vijftien jaar na datum wil ik niet
meer gepakt worden op twee uit de hand gelopen ruzies. Ik ben daar diep
beschaamd over en het blijft een schandvlek op mijn leven, maar mag het
nu ophouden? Men doet alsof ik zonder scrupules en met gebalde vuisten
door het leven stap. Maar wat heb ik misdaan? Wat heb ik verdomme
misdaan?»
© Jan Segers - 2009 De Persgroep Publishing